
Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen
Artikel 60
1
Opneming en verblijf in een zwakzinnigeninrichting of verpleeginrichting van een persoon die twaalf jaar of ouder is en geen blijk geeft van de nodige bereidheid ter zake, vindt in de gevallen dat niet ingevolge artikel 2, derde lid, onder b of c, dan wel ingevolge artikel 3 een machtiging is vereist, uitsluitend plaats, indien een commissie als bedoeld in het derde lid, die opneming noodzakelijk oordeelt.
2
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld betreffende de behandeling van een aanvraag voor opneming en verblijf in een zwakzinnigeninrichting of verpleeginrichting in de gevallen dat ingevolge het eerste lid een commissie oordeelt over de noodzaak van die opneming en dat verblijf.
3
Bij algemene maatregel van bestuur worden niet aan een zwakzinnigeninrichting of verpleeginrichting gebonden commissies ingesteld of aangewezen die met betrekking tot een aanvraag als bedoeld in het tweede lid, oordelen over de noodzaak van opneming en verblijf in een zwakzinnigeninrichting of verpleeginrichting.
4
De in het derde lid bedoelde noodzaak is aanwezig, indien de betrokkene zich ten gevolge van de stoornis van de geestvermogens niet buiten de inrichting kan handhaven.
5
Voorafgaand aan de behandeling van de aanvraag, bedoeld in het tweede lid, wordt de betrokkene mondeling en schriftelijk medegedeeld dat hij zich kan verzetten tegen opneming en verblijf in een zwakzinnigeninrichting of verpleeginrichting.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
-
LJN AZ6320, Hoger beroep kort geding, 2006/879
Rechtsoort
Handelszaak
Datum uitspraak
05-12-2006
Status
gepubliceerd
Soort procedure
Hoger beroep kort geding
Instantie
gepubliceerd
Rechtsoort
Gerechtshof ArnhemDe dochter van [geïntimeerde] en [de moeder], [de dochter] (geboren op [geboortedatum] 1987), is verstandelijk en lichamelijk gehandicapt en woont sinds 1998 op de Winckelsteegh. [..] Naar aanleiding van een conflict tussen [geïntimeerde] en de groepsleiding op 30 mei 2006 heeft de Stichting [geïntimeerde] met ingang van 9 juni 2006 een terrein... -
LJN AZ6355, Hoger beroep, 2005/672
Rechtsoort
Handelszaak
Datum uitspraak
05-12-2006
Status
gepubliceerd
Soort procedure
Hoger beroep
Instantie
gepubliceerd
Rechtsoort
Gerechtshof ArnhemNu de verkoop nadelig was voor de geestelijk gestoorde moeder, wordt haar toestemmingsverklaring vermoed te zijn gegeven onder invloed van de stoornis. Een met haar toestemmingsverklaring overeenstemmende wil wordt geacht te ontbreken. Een beroep van [appellanten] op artikel 3:35 BW gaat niet op omdat...